
[17 november 2007] Het verzoek om schaamluizen aan het Natuurhistorisch Museum Rotterdam te schenken (zie vorige nieuwsbericht) heeft na een maand en ondanks wereldwijde aandacht in de media tot op heden slechts zes schaamluizen opgeleverd: vijf oude en één versdode. Ondanks de tegenvallende opbrengst is museumconservator Kees Moeliker wel content met aantal schaamluizen dat nu binnen is: "Ze zijn er dus nog wel, maar kennelijk heet Phthirus pubis niet voor niets 'schaamluis' en weerhoudt dat het publiek ervan om ze bij het museum in te leveren. Ook is me duidelijk geworden dat SOA-poliklinieken, huis- en zelfs havenartsen de laatste jaren geen of zeer sporadisch schaamluizen bij patienten aantreffen, laat staan dat ze ze verzamelen en conserveren."
Uitzondering is Anne de Vries, arts belast met infectieziektenbestrijding bij de GGD-Kennemerland. Zij behandelde afgelopen augustus een man met schaamluis en wist de patient ertoe te bewegen een paar exemplaren te vangen. Dokter de Vries bewaarde er twee in alcohol en stuurde er één - een beetje verfrommeld exemplaar - op in een buisje. Het draagt nu aanwinstnummer 07-141.
Van Nico Elfferich (80) ontving het museum vijf schaamluizen die hij in september 1949 (!) aan zijn eigen insectenverzameling toevoegde. Hij kreeg de vijf nietige insecten van 'Zuster Gijzen' een kennis die als verpleegkundige werkte in het toenmalige psychiatrische ziekenhuis Maasoord in Portugaal bij Rotterdam-Zuid, het latere 'Delta'. Schaamluizen werden toen regelmatig aangetroffen bij patienten die bij opname eerst grondig gewassen werden. Zuster Gijzen kende Nico's honger naar bijzondere insecten en bracht een mooi monster voor hem mee. De vijf luizen zijn op een microscoopglaasje geconserveerd in het (bruinige) insluitmiddel 'liquido faure' .
In een kleine vitrine is inmiddels 'De Grote Schaamluis Tentoonstelling' ingericht, met de oogst tot nu toe. De vijf oude platjes zijn onder een loep goed te zien; de verse uit Haarlem laat zich minder goed bekijken.
Overigens neemt het museum nog steeds graag schenkingen van schaamluizen in ontvangst. Conserveer ze in een potje of buisje met 70% alcohol, of bij gebrek daaraan in jonge jenever, geef het af bij de balie van het museum of stuur het op naar het museum (adres). Schrijf op een etiketje: vindplaats (geografisch), vinddatum, naam van de gastheer/gastvrouw van de luis/luizen en de naam van de vinder (indien verschillend van de drager). Deze gegevens zullen vertrouwelijk worden behandeld. Anonieme schenkingen zijn ook welkom.
Kees Moeliker schreef over zijn schaamluiszoektocht in NRC Handelsblad, 17-11-2007.

De versdode Haarlemse schaamluis bevindt zich (onzichtbaar) in dit buisje. Foto André Slupik | NMR