Jelle Reumer (1953) is directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam sinds 1 december 1987. Hij studeerde biologie in Utrecht (1971-1978) en promoveerde, ook in Utrecht, op een proefschrift over fossiele spitsmuizen (1983). Vervolgens werkte hij als wetenschappelijk medewerker bij de Universiteit van Genève (Zwitserland) en het Academisch Ziekenhuis Utrecht om daarna naar Rotterdam te komen. In 2005 werd hij aan de Universiteit Utrecht (faculteit Geowetenschappen) benoemd tot bijzonder hoogleraar in de vertebratenpaleontologie, een vakgebied dat hem naast zijn andere werk altijd is blijven bezighouden. Op het gebied van de paleontologie en aanverwante vakgebieden heeft hij een honderdtal wetenschappelijke publicaties op zijn naam.
Jelle Reumer is geboeid door evolutie en ecologie en vooral de wisselwerking tussen die twee waardoor het leven zich in al zijn diversiteit heeft kunnen ontwikkelen. Paleontologie is daarbij volgens Reumer een wetenschap bij uitstek omdat die de ontwikkeling van het leven registreert en interpreteert.
Hij is verder actief als schrijver en columnist. Van zijn hand verschenen vier boeken: Stadsecologie (uitgave van het NMR, 2000); Plant je voort! (uitgeverij Contact, 2003); De ontplofte aap (Contact, 2005) en Opgeraapt Opgevist Uitgehakt (Contact, 2008). In juli 2008 verscheen van hem een luistercollege onder de titel Zonder de meteoriet waren we er niet (LuisterWijs / Pinion). Hij is vaste columnist bij het Volkskrant KennisCafé en schreef regelmatig in Opinio. Medio januari 2009 verscheen van zijn hand bij Contact een nieuw boek getiteld 'Een prachtige puinhoop'.
Reumer is getrouwd en heeft twee kinderen. Zijn hobby is middeleeuwse kerkarchitectuur en hij is een verslaafde bibliofiel.
> wetenschappelijke publicatielijst
> 'populaire' publicaties van en interviews met Jelle Reumer